blog placeholder

In dit korte artikel bespreek en verklaar ik de het buitenlandse beleid van Frankrijk en Groot-Brittannië na de Vrede van Utrecht in 1713. Ik vergelijk de aanpak van beide landen met elkaar en kijk in welke mate de aanpak zijn doel heeft bereikt. 

 

De Vrede van Utrecht markeerde het einde van de Spaanse Successieoorlog, waarin Frankrijk, Oostenrijk en Engeland vochten om de Spaanse troon. In Utrecht werd de Franse beweging naar Europese en universele hegemonie geblokkeerd, omdat Philips V van Bourbon wel de Spaanse troon kreeg, maar niet de Franse. De Spaanse bezittingen buiten Spanje zelf gingen naar Oostenrijk. Engeland kwam als overwinnaar uit de oorlog, omdat de Vrede van Utrecht het einde van de Franse ambities markeerde.
In de periode na de Spaanse Successieoorlog kwam in zowel Frankrijk als Engeland een staatsman aan de macht, die namens de koning de belangen van het land behartigde. In Frankrijk was dit de kardinaal Fleury en in Engeland Robert Walpole. In beide landen heersten er interne spanningen en potentiële conflicten. Fleury en Walpole wilden allebei koste wat het kost de binnenlandse vrede bewaren. Dit dachten ze te kunnen bereiken door oorlogen met andere landen te voorkomen. De redenering hierachter is als volgt: wanneer er geen buitenlandse oorlogen zijn, kunnen de belastingen laag worden gehouden, zodat de mensen tevreden blijven; zo blijft de binnenlandse vrede bewaard. Deze politiek van Fleury en Walpole is vrij goed geslaagd; de periode 1713-1744 was relatief vreedzaam in Europa.
Gedurende de jaren ’30 begon deze vrede te wankelen. Frankrijk voerde vanaf 1733 de Poolse Successieoorlog en Engeland stortte zich in 1739 in de Oorlog om Jenkins’ oor, een koloniale oorlog. Toen Frankrijk en Engeland elkaar in 1744 de oorlog verklaarden, was de periode van relatieve vrede definitief voorbij.