blog placeholder

Helaas lukt het niet altijd  om experimenten zonder fouten uit te kunnen voeren. Deze fouten gaan ten koste van de kwaliteit van de resultaten van de experimenten. Hieronder zullen de verschillende soorten meetfouten worden besproken waarmee men te maken kan krijgen bij experimenten in sociaal wetenschappelijk onderzoek.

Bij een experiment is het eerste criterium dat van interne validiteit. Dat is de mate waarin storing en ruis van externe factoren, tenietgedaan/voorkomen worden. dus: dat men in het experiment meet wat men wil weten en niet toevallig, door storende factoren, iets dat men niet wil meten. Elke verstoring van een juiste meting van oorzaak en gevolg, gaat ten koste van de interne validiteit. Elf veel voorkomende meetfouten m.b.t. interne validiteit zijn: concurrentie tussen experimentele en controlegroep, gelijkheid tussen experimentele en controlegroep door een ingreep, leden van de twee groepen praten met elkaar wat tot ‘bestemming’ van de controlegroep leidt, er is uitval, er is sprake van selectiemechanismen, mensen met een uitgesproken mening ‘springen eruit’ en vertekenen zo het beeld, ongelijkheid in het soort meetinstrumenten dat men gebruikt, het testeffect, er is sprake van een verandering in de groepen door groei, er gebeurt in de tussentijd iets waardoor de groepen op kenmerken veranderen. 

Drie bekende meetfouten m.b.t. externe validiteit (kan men het generaliseren of niet) zijn: de voormeting is een storende factor in het experiment (men reageert al op het vooronderzoek, reactiviteit), er is sprake van interactie tussen selectie en de experimentele status en er kan sprake zijn een reactieve experimentele locatie (wáár of door wie het experiment gedaan wordt, heeft invloed op de uitkomsten).