kleuteronderwijs

Aan de start van het schooljaar 2021 zijn er een aantal veranderingen die plaats gaan vinden binnen het kleuteronderwijs. Dit om ervoor te zorgen dat kleuters weer echt mogen doen waar zij goed in zijn; gewoon kleuter zijn. Dit houdt in dat er geen toetsen meer komen in de kleuterklassen en dat er meer individueel wordt gekeken.

Huidige klassensysteem

Op dit moment wordt er nog gewerkt met het leerstofjaarklassensysteem. Dit houdt in dat alle kinderen die samen in één groep zitten moeten voldoen aan dezelfde, vooraf opgestelde prestaties. Kleuters ontwikkelen zich door middel van bepaalde sprongen. Bij het ene kind gebeurt dit sneller dan bij de ander en dus is het bijhouden van deze prestaties niet te doen. Naar de psychologische ontwikkeling wordt eveneens niet of onvoldoende naar gekeken; enkel naar de cognitieve ontwikkeling. Ook een kind dat groep 2 over moet doen wordt nu nog gezien als zittenblijven. Vanaf 2021 zal dit ook veranderen; het wordt dan niet meer gezien als zittenblijven maar gewoon als een jaartje langer kleuteren.

Lees ook De kleutergroep voor meer informatie.

Geen toetsen meer in het kleuteronderwijs

Ook het afnemen van Cito-toetsen veranderd vanaf 2021. Vanaf dat schooljaar mogen er in het kleuteronderwijs namelijk geen schoolse toetsen meer worden gemaakt. De manier waarop deze toetsen gemaakt worden past namelijk niet bij de ontwikkeling van kleuters. Daarnaast kan het zelfs voorkomen dat er een rugzakje wordt gecreëerd en dat de toetsen de kleuters stigmatiseren en problematiseren.

Observeren

Wel wordt het voor leraren mogelijk de kleuters op een andere manier te kunnen blijven volgen. Een observatie is een goede manier om dit te doen; door midden van bepaalde spellen of één-op-één gesprekken met het kind kan er gemakkelijk worden bekeken hoe het kind er op dat moment voor staat. Deze informatie kan allemaal in het leerlingvolgsysteem geplaatst worden zonder dat het kind toetsen hoeft te maken. Door kritisch naar deze informatie te kijken kan er besloten worden of het kind meer hulp nodig heeft of wanneer het kind naar groep 3 over kan gaan.

Hoogleraar spraak- en taalpathologie Prof. Dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer zei hier recent over:

“Als een kind minder presteert dan 50 procent van zijn leeftijdgenoten is er zogenaamd een ontwikkelingsprobleem. Dat is waar het fout loopt. Er is pas sprake van een probleem als een kind minder doet dan 90 procent van zijn leeftijdgenoten. Er zijn nu zoveel kinderen met ADHD, dyslexie en hoogbegaafdheid; dat kan natuurlijk niet correct zijn.”

Docenten specialisatie

Ook de pabo gaat een andere richting op. Zo gaan zij verschillende lessen aanbieden die veel beter zijn afgestemd op zowel jongere als oudere kinderen. Dit is positief voor de studenten; wanneer zij nu al weten dat ze de kleuterklassen willen doen of juist de midden- of bovenbouw kunnen ze bepaalde lessen laten vallen simpelweg omdat je dat niet hoeft te leren.

Lid van de Werk en Steungroep Kleuteronderwijs Gerda Witte zei hier recent over:

“Het onderwijs, de mensen die er werken, de onderzoekers en de opleidingsinstituten zijn allen slachtoffer van keuzes die gemaakt zijn in het verleden. De keuzes zijn gemaakt op basis van de gedachte dat een kind maakbaar is. Als je maar hard genoeg trekt en eraan sleutelt, lukt het wel. Maar als je een kind dingen aanbiedt die té hoog gegrepen zijn of die niet aansluiten bij de ontwikkeling raakt het geblokkeerd of haakt het af.”