Propostitiestrategie:
Het toevoegen van waarden aan een dienst/goederen
1. Succesvol concurreren vraagt ander perspectief
2. Klant staat centraal (klant leren kennen)
3. Ervaring meegeven van betekenis voor de klant
4. EVENT (voorbeeld ING)
Cocreatie: Samen met de klanten producten ontwikkelen, als de inbreng van de klanten verder gaat
dan het kiezen uit vooraf door de organisatie bedachte oplossingen. Betrokkenheid is een
voorwaarde
4 voorwaarden DART model (cocreatie):
Dialoog: naar elkaar luisteren
Acces: informatie bereikbaar laten zijn
Risico’s: beide partijen lopen risico’s
Transparantie: geen verborgen agenda’s/openheid
Relatiestrategie: = waarde die klanten voor de organisatie vertegenwoordigen te optimaliseren.
De 5% haalt 85 procent van de omzet
op
Customer asset management:
vormen klanten een belangrijk
activum voor organisaties.
De rol van events op de relatie: verassen, activeren, informeren, waarderen.
Verkoopstrategie:
De rol van events: Extra waarden creëren is van belang
beurzen
Vakbeurs is meest verkoopgericht.
Organisatie ontwikkelingsstrategie:
Bedrijven zijn voortdurend aan veranderingen
onderhevig
De rol van events à
Denk aan: training
teambuilding
motivatie
incentive
feest
Dit allemaal te maken met : veranderen
Pas succesvol indien onderdeel van een uitgedacht veranderingsproces
Waarom bezoeken we events?
4 belangrijke redenen:
– Ervaringen
– Motieven
– Barrières
– Ultieme beleving
Betekenisvolle belevenissen;
4 drijfveren:
– ontdekking van nieuwe
omgeving, iets nieuws mee willen
maken
– Verbinding met de ander, niet
alleen willen zijn.
– verdediging van vertrouwede
omgeving, controle houden over de
vertrouwde omgeving.
– erkenning van zichzelf, erkend
en gewaardeerd worden
Effecten:
-Transformerende ervaring= die leiden tot een duurzame verandering in attitude en gedrag
-Memorabele ervaringen = persoonlijke indrukken achtergelaten.
-Basale ervaringen (blijft niet hangen) = alleen emotionele reactie.
Motieven: met welke beweegreden komt men naar een event?
Houden verband met de persoonlijkheid. (Pine & gilmore): Absorptie is meer als toeschouwer
meemaken, en onderdompeling meer echt theater voorstelling.
Je hebt levensstijl, normen en waarden, attituden en behoeften waarom mensen naar event gaan.
Het belevingsproces à zintuigelijke waarnemingen – emoties -cognitieve processen. Als figuurtje
zijn dit 3 bollentjes. Gelijk aan de servicecapes van Bitner.
– Horen, tasten, ruiken, proeven, spiergevoel, evenwichtszin en de somatische gevoelens.
De basisemoties zijn: je hebt ook secundaire emoties, die zijn daaronder weer. (meer gedetaileerd)
1. verrassing à secundair = blij / verruking
2. angst
3. kwaadheid
4. bedroefdheid
5. walging
6. minachting
7. blijheid à
Betekenisvolle belevenissen:
Thema’s in een omgeving: zelfontplooiing, succes, veiligheid, schoonheid, gerechtigheid, harmonie,
gezondheid, communitas; gevoel van erbij horen.
Samenleving andere accenten: Carpe diem, voel je vrij, voel je kind, nieuwe relatie, vervrouwelijking
van de maatschappij etc..
De belevingsomgeving– De omgeving heeft een grote invloed!
Omgang -Terugtrekken, aanpassen of motiveren.
Waarderen -Kijken naar beweegruimte/privacy of controle.
Ideaal -Coherent, begrijpelijk, complex en mysterieus.
Meerdere -Omgevingen voor alle contactmomenten. Fysiek en/of virtueel.
Ultieme beleving:
Turner – communitas – Mensen die tijdelijk samenkomen, buiten hun normale leven.
Csikszentmihaly – flow – Mensen op zoek naar optimale stimulering.
Maslow – piekervaring – Mensen met plotselinge gevoelens van geluk en welzijn.
Die ideale omgeving is: coherent, (hangt met elkaar samen) te begrijpen (alles is duidelijk), complex
(hangt samen met het aantal elementen in de omgeving en de variatie daarin)en tot op zekere
hoogte mysteries zijn. (verborgen elementen)
Zintuigelijke waarnemingen:
Drempels: buiten onze mogelijkheden
Filteren: bij te veel waarnemingen
Onze zintuigen + Spiergevoel- Evenwichtszin-Somatische (lichamelijke) gevoelens = zintuigelijke
waarnemingen
Emoties:
– Vaak een combinatie van (basis)emoties voelbaar
– Door deze combinaties zijn er afleidingen (secundaire emoties) als:
– intern gericht (door de persoon die ze ervaart/veroorzaakt) = spijt, schaamte
– extern gericht (door omstandigheden ontstaan) = zoals jaloezie, wraakzucht
Zintuiglijke stimuli worden vertaald in emoties!
Bijvoorbeeld: vreugde = blijheid en voldoening, verbazing: verrassing en nieuwsgierigheid. Afschuw is
walging en verveling. Doodsangst is angst en bezorgdheid
Cognitieve processen: Involvement ( betrokkenheid) en de stemming zijn twee factoren die mede
beinvloeden hoe het event word beleef.
Hoe verwerken we de stimuli? Reflectieproces: na een evenement kunnen in eerste instantie
betrekking hebben op het geheugen. Laat het evenement een indruk achter? Levert het slechts een
tijdelijke impuls op? Waren ze tevreden? Is belangrijk, want reflectie ook verder gaan als het
evenement, bijvoorbeeld slechte bedrijfsnaam.
Lesweek 5: de reis die relaties maken vanaf het begin tot het eind van het evenementen.
Klassieke media
1. Televisie
2. Radio
3. Tijdschriften
4. Direct mail
5. Emailings
6. Telefoon
Elektronische media:
1. Internet
2. Mobiele telefonie
De score: à events in relatie tot
andere kanalen;
De reis: ideaal belevingsproces:
Theaterstuk:
1. begint bij het vragen van
aandacht, vervolgens
uiteengezet waar het om
gaat en wekt prikkelde
gebeurtenis de
belangstelling op. Dan
ontstaat een crisis, waarna
een climax volgt. Dan
naspel. Zo gaat het ook bij
evenementen opbouw.
De amplitudetheorie; geeft
aan dat de amplitude
belangrijker is dan de
climax, à minder essentieel is om op het hoogtepunt van de reis een zo positief mogelijke beleving
tot stand te laten komen.
Belevingsproces:
Wat is een touchpoint? De aaneenschakeling van alle touchpoints vormen tezamen het totale
belevingsproces! Heeft binnen marketing veel populariteit. Touchpoint is een onderwerp waarover
bijvoorbeeld een eventorganisator en een genodigde contact hebben. Bijvoorbeeld een vraag wat er
precies te doen is tijdens het evenement, de afhandeling van dit onderwerp kan langs hetzelfde
kanaal plaatsvinden.
Samenspel van media en netwerken:
Het doel is om alle touchpoints POSITIEF naadloos op elkaar te laten aansluiten en voor ieder type
bezoeker het ideale belevingsproces te creeren.
Er zijn 2 manieren om kanalen en netwerken in kaart te brengen:
A: publieke omgeving groot bereik
B: private omgeving voor genodigden
C: offline omgeving fysiek
D: online omgeving virtueel
In een publieke omgeving kan op efficiente wijze ene groot bereik onder de doelgroep worden
gerealiseerd. De private omgeving is toegankelijk voor genodigen en laat zich inrichten naar de
wensen van de organisator. Anderzijds in het model scheidt het offline/online omgevingen.
In een schema:
Lego:
Legoland Fysiek :
Flashiplocatie, imagination
center, major venues,
derivative presence, world
wide markets.
Legoland virtueel: lego.com.
spelletjes.nl
Derivative presence: World wide markets
Samenspel van media en netwerken.
Lesweek 7:
Welke positie neemt de afdeling in
binnen het bedrijf?
Belangrijk om dit goed in kaart te
brengen! (met behulp van vragen)
- · Wat is het belang van de
organisatie?
- · Hoe onderscheiden we ons?
- · Wie neemt beslissingen
- · Wie zijn de stakeholders
- · Hoe liggen de functionele
lijnen
- · Wie neemt beslissingen
- · Wat vinden zij belangrijk?
Positiebepaling:
Welk proces vindt er dan plaats?
1. 2. 3. 4.
Eventportfolio: (mix van events)
Effectiviteit – deelgebied
Onmisbaarheid – bijdrage binnen deelgebied
Beoogde resultaten bereiken:
- · Aantal alternatieven
- · Deelgebied waarop het event
betrekking heeft (merken v.b.)
- · Verwachte bijdrage
- · Doelmatigheid
- · Draagvlak
- · Organisatorische belasting
- · Haalbaarheid
- · Budget
Het belang van doelgroepen beleidà
Je wilt zorgvuldig blijven want het is duur,
dus goed kijken waar je in wilt investeren
Doelgroepen begrijpen en benoemen
Begrijpen: Socio economisch
- · Demografisch
- · Communicatie
- · Koophistorie
- · Etc.
Benoemen: Oriënteerder
- · Informatieverzamelaar
- · Netwerker
- · Anti-beursbezoeker
- · Transactiegericht
- · Seminairganger
Doelstellingen van eventmarketing: door doelstellingen te formuleren zorg je voor een basis
waarmee je effecten kunt meten en dus voor een eventmarketingbeleid.
- · Nieuwe koers van de onderneming overbrengen
- · Verhogen van de naamsbekendheid
- · Het leggen van contacten
- · Medewerkers belonen
MOET SMART ZIJN. Dus deze zijn allemaal fout. Het moet zijn: (specifiek, meetbaar, acceptabel,
realistisch, tijdsgebonden)
1. Wanneer is dit behaald? Hoeveel medewerkers moeten het onthouden?
2. wat is het niveau nu en welk niveau is het doel?
3. welke contacten en hoeveel met welk doel?
4 typen doelstellingen eventmarking
Wat ga ik doen? (activiteit) Wie wil ik aanspreken? (bereik)
Wat wil ik teweegbrengen? (proces) Waar leidt dit toe? (effect)
Vaak gericht op de activiteiten doelstellingen: kan je onderscheiden tussen sociale doelstellingen;
contact leggen en onderhouden met afnemers. Instrumentele doelstellingen: productinformatie
verstrekken. Verkoopgerichte doeltellingen; nieuwe contacten aanspreken.
activiteiten bereik
proces effect
Eventconcept
– Is de creatieve vertaling van de strategische doelstellingen
– Verbindt verschillende onderdelen
– Past binnen de strategische uitgangspunten
– Heeft een complementaire rol binnen
de communicatie-instrumenten
– Is de onderscheidende propositie
– Is de belofte aan de bezoeker
Welke plaats zou geschikt zijn voor de
afdeling eventmarketing?
Van ontwerp naar planning: Werkwijze
om het event juist uit te voeren?
Projectmanagement:
Eventontwerp: de vertaalslag van de
strategie, de doelstellingen en het
concept naar een concreet
eventontwerp. Creative fase.
Setting à locatie, decor, ambiance
= de eventlocatie, omdat in bijzondere omgeving is. Bereikbaarheid, infrastructuur is ook belangrijk.
Er moet ook een gepaste sfeer zijn. Goed prikkelen van zintuigen. Sensogrammen zijn die 5 hoekjes.
(zie boek)
Inhoud, à thema, programma, communicatie
Services à, consumables, deliverables
Lesweek 8: Het EMBOK-model (EVENT MANAGEMENT BODY OF KNOWLEDGE)
Doel is een raamwerk te ontwikkelen
dat als leidraad dient voor
onderzoekers en praktijkmensen.
4 dimensies:
Ø kernwaarden voor
professionele eventmanagers,
Ø domeinen voor deelbeleid, die
ieder voor zich nog verder zijn
uitgesplitst. Processen, van belang
voor eventprojectmanagement
Ø Fasen, waarin de tijdsdimensie
belangrijk is.
Projectmanagement dna = creativiteit,
strategische inzicht, ethiek,
kwaliteitsverbetering, integrerend vermogen.
Domeinen.
1. administration, = managementzaken.
Financieel beleid (begrotingen, prijsstrategie),
personeelsbeleid, beloningsmodellen etc..
2. ontwerp = managen en realiseren van
inhoud, programma en entertainment,
thematisch invulling.
3. marketing = bundelt alle zaken die met de
marketing van het event te maken hebben.
(sponsoring, PR, beleid etc..)
4. operatie = event geoliede machine laten
werken ; logistiek, techniek, bezoekerstromen
5. risicomanagement; juridische zaken etc..
Eventplan figuur: à
Het eventplan: eventplannen op
verschillende niveaus: E
– en specifiek event.
– Eventconcept op
verschillende momenten
– portfolio dat word ingezet
om de livecommunicatie
compoment in de
marketingcommunicatie
invulling te geven.
Bekijken vanuit : organisator, en
communicerende organisatie. =
EVENTPLAN
De analyse is een onderzoek naar de
wijze waarop concurrenten met
events en live communicatie
omgaan. De kern word gevormd
door de propositie, doelgroepen en
doelstellingen worden omschreven.
De andere punten spreken voor
zich, bijvoorbeeld prijsbeleid.
(Entree tickets).
RISMAN methode;
stap 1: risicoanalyse uitvoeren
stap 2: identificeren beheersmaatregelen;
stap 3. Uitvoeren beheersmaatregelen;
stap 4. Evaluatie en updaten risicoanalyse
Risicomanagement: omvat alle activiteiten en maatregelen gericht om het omgaan en beheersen
van risico’s te gaan.
Stap 1 Risicoanalyse:
– inventarisatie van de risicofactoren. Gaat om de Karakteristieken van het publiek; zijn ze
anoniem of bekend? Welke aantallen?
– Aard van het event; door middel van een activiteiten profiel in relatie tot de bezoekers. En
kijken wat er gaat gebeuren.
– Locatie en inrichting
– Politiek, bestuurlijk en wettelijk
Externe factoren, zoals het weer bijvoorbeeld.
Maar ook: Openbare orde
Gezondheid
Fysieke calamiteiten
Aansprakelijkheden
Word risicomatrix hiervan opgesteld. (effect en moeilijkheidsgraad, of het veilig is of onveilig).
Beheersmaatregelen:
risico’s vermijden, verminderen, overdragen en zelf dragen.
Mvo, hoe bij eventmarketing? Balans zoeken tussen people, profit en planit.
Duurzaam inkopen, locatiekeuze en energie en water verbruik. Compensatie is ook een optie.
Wat kost eventmarketing? Wat levert het op?
Accountability: Verantwoording afleggen over de resultaten van het marketingbeleid. à doorlopen
van de accountabilitycyclus.
Behoefte aan meetmethoden , kom je ook op
accountability uit.
Contactmomenten: ontmoetingen en respect.
Accountabilitycyclus:
1e. Vooraf de doelen stellen en goed formuleren
(smart)
2. alle marketinginspanningen omschrijven
Effect meten is in accountability de kern van het
verhaal.
Randvoorwaarden:
1: Duidelijke doelen
2: Voldoende en goede data
3: Juiste analyse van de data
4: Juiste conclusies trekken
ROI model: algemene benadering van eventevaluatie.
- · Roi: Wat levert
eventmarketing uiteindelijk
op voor de organisatie?
Wat is het rendement?
Kpi’s zijn variabelen aan de
hand waarvan de prestatie
van ondernemingen kan
worden geanalyseerd en
afgemeten.
- · Gedrag: Hoe zou de door
het eventbezoek
veranderde kennis en of
attitude zich moeten
vertalen naar concrete
acties en gedrag bij de doelgroep? Wat moet zijn bereikt na het event?
- · Kennis/attitude: wat is de gewenste gedragsverandering? Wat is het beoogde effect op de
deelnemer?
- · Wat houdt de ontmoeting met de bezoeker in? Hoe moeten de deelnemers het event
beleven en waarderen? Wat doet het event met de deelnemer?
- · Bereikdoelen: wie zijn de bezoekers van het event? Wie worden er allemaal met de
eventmarketingactiviteiten bereikt?
acitiviteitendoelstellingen
Wie wil ik aanspreken? (bereik)
Wat wil ik teweegbrengen? (proces = primaire reactieniveau)
Waar leidt dit toe? (effect)
Wat zijn de kritieke factoren in de event organisatie? Dashboard;
Resultaten van een marketingevent meten: hoe meten we doelstellingen.
1. de eventbezoeker in beeld
1. Wat beleefd de event bezoeker?
2. Wat heeft het de bezoeker opgeleverd
3. Directe impact op het deelnemersgedrag?
4. Businessimpact en ROI
Eventkosten wel eerlijk berekenen. (directe kosten, interne kosten en communicatie kosten)
De bezoekersprofielanalyse beperkt zich idealiter niet alleen tot demografische gegevens over de
relatie van de bezoeker tot het bedrijf, maar ook de motieven en verwachtingen.
Meetmomenten en instrumenten:
Concrete onderdelen: elektronsiche hulpmiddelen
Emoties: facial coding = real time gelaatsreacties op een externe prikkel analyseert vanuit de
hypothese dat emoties onmiddellijk zichtbaar zijn in iemands gezicht.
neuromarketing = relaties nieuw, medische technieken en inzichten uit de neurowetenschap worden
toegepast op marketinggebied. Hoe de menselijke hersenen reageren op de stimuli.
ZMET methode = geschikt voor associatief en conceptueel onderzoek.
Data – analyse en conclusies formuleren: Doel is
om conclusies te trekken en te leren:
Ø Mediumefficieny = bepaalt in hoeverre de
beursorganisator in staat is de beloofde
bezoekersdoelgroep naar de beurs te
halen.
Ø Exhibition efficiency = een maatstaf die
voor iedere exposant verschillend is = kan
als basis dienen voor de beoordeling van
de aantrekkelijkheid van een beurs voor
de exposant om de beoogde doelgroep te
bereiken. Met andere woorden; hoeveel
procent van het totaal aantal
beursbezoekers maakt de doelgroep uit?
Ø Attractionefficiency = vervolgens een maatstaf voor de aantrekkingskracht van de beursstand
op de vloer en geeft antwoord op vraag hoeveel procent van de totaal potentiele stand
bezoekers ook daadwerkelijk de stand van de exposant hebben bezocht
Ø Contactefficieny = waar leid het bezoek van de stand naar toe? Vormgegeven door de
presentatie van het personeel.
Ø Leadefficieny = onderscheid gemaakt tussen typten contacten. Stand bezoekers die bekend

